Klimaatcollege: de staat van het klimaat

De GroenLinks-werkgroep Exact organiseerde vijf lezingen van vooraanstaande deskundigen over klimaatverandering, één van de grootste uitdagingen van onze tijd vanuit verschillende oogpunten bekeken.

Het staat inmiddels voor 97% van de klimaatwetenschappers als een paal boven water: wij mensen versterken met onze uitstoot van broeikasgassen de opwarming van het klimaat. Het goede nieuws is dat de opwarming nog beperkt kan worden tot minder dan 2 graden Celsius. Maar dan moeten alle landen gezamenlijk wel snel de uitstoot terugdringen met 40-70% in 2050 tot nul aan het eind van deze eeuw. Dat is de conclusie van het nieuwste rapport over klimaatverandering, dat het IPCC (het intergouvernementele panel van meer dan 2000 klimaatexperten dat de Verenigde Naties op dit vlak bijstaat) enkele weken geleden uitbracht.

Broeikasgassen komen van nature in de atmosfeer voor en houden warmtestraling langer vast. Zonder deze gassen in de atmosfeer zou de gemiddelde temperatuur op aarde -18°C zijn in plaats van 15°C. De concentratie van de belangrijkste broeikasgassen CO2 (koolstofdioxide), CH4 (methaan) en N2O (lachgas) stijgt echter door menselijke activiteiten zoals het verbranden van fossiele brandstoffen, cementproductie en ontbossing. Sinds de eerste klimaatconferentie in 1992 is de jaarlijkse CO2 uitstoot met 57% gestegen. China stoot momenteel het meeste (26%) uit, gevolgd door de Verenigde Staten (19%) en Europa (13%). De CO2-concentratie in de atmosfeer nam hierdoor toe van 280ppm in 1880 (1ppm staat voor één deeltje CO2 per miljoen deeltjes lucht) naar 350ppm in 1990 en 400ppm in 2014. Deze verhoogde concentraties versterken het natuurlijk broeikaseffect. Dit leidt tot opwarming van de atmosfeer en de oceanen. Zo is 2014 het warmste jaar van de afgelopen drie eeuwen geworden.

Zuur voor de natuur

Wat zijn de gevolgen als we de wereldtemperatuur onverminderd op laten lopen? "Extremer weer, gesmolten gletsjers, zeespiegelstijging, verzuring van de oceanen, verlies van biodiversiteit, droogtes, watertekorten en bedreiging van de voedselzekerheid", somt hoogleraar milieusysteemanalyse prof. dr. Rik Leemans op, die aan verschillende IPCC-rapporten meewerkte. Tijdens zijn lezing in de klimaatreeks van de GroenLinks werkgroep Exact liet hij met duidelijke grafieken zien wat de impact is van onze CO2-uitstoot op het klimaat, en wat dat voor het leven op aarde betekent.

Minimaal 10% van de soorten verdwijnt uit de gebieden waar ze nu leven, voorspelt hij. De Rode Lijst van de IUCN geeft inmiddels aan dat 1 op de 4 zoogdiersoorten, 1 op de 8 vogelsoorten en 1 op de 3 amfibiesoorten met uitsterven wordt bedreigd. “De natuur past zich altijd aan. Maar tegen dit tempo kan ze niet op,” waarschuwt professor Leemans. Dit is nu al te zien aan veel koraalriffen die verbleken doordat de zeewatertemperatuur te sterk toeneemt en het oceaanwater zuurder wordt doordat dit water een groot deel van de CO2 opneemt. CO2 opgelost in water vormt carbonaat, een zuur dat de pH-waarde verlaagt. Gemiddeld is het zeewater al 30% minder basisch geworden dan dat het in 1850 was. Dat remt de kalkvorming waardoor koralen minder makkelijk groeien en riffen ontwikkelen. Mangrovebossen langs tropische kusten zijn al even kwetsbaar voor verzuring van het zoute water waarin ze groeien.

Op het land kunnen door klimaatverandering grote verschuivingen van vegetaties optreden. Zo kunnen toendra's compleet verdwijnen en worden op termijn de noordelijke naaldbossen gedeeltelijk vervangen door loofbos. Daarnaast zal de beschikbare landbouwgrond afnemen door droogtes, die ook een gebrek aan drinkwater tot gevolg kunnen hebben. Vooral de ontwikkelingslanden in drogere gebieden zijn hier kwetsbaar voor, waarschuwt Leemans. Door de oplopende temperaturen kan bovendien de malariamug in Afrika en Zuid-Amerika oprukken naar meer noordelijk gelegen gebieden.

Warmer, natter en pittiger

Ook het KNMI heeft dit jaar op basis van modellen scenario's gemaakt over hoe het klimaat zou kunnen veranderen, maar dan voor Nederland. Dr. Rob van Dorland van het KNMI liet in zijn lezing zien hoe hieruit blijkt dat het vooral in de winter warmer en natter wordt, terwijl de zomers waarschijnlijk droger worden. Extreme zomerse buien zullen naar verwachting nog pittiger worden als er door verdamping meer vocht in de lucht komt.

Stijging van de zeespiegel is niet alleen voor laaggelegen eilandstaten, maar ook voor Nederland een belangrijk gevolg van de opwarming. Door uitzetting van opwarmend water en het smelten van landijs en ijskappen wordt voor het einde van deze eeuw een stijging van 40-80 cm verwacht. Dit lijkt misschien niet zo veel, maar de stijging zal nog eeuwenlang doorgaan. Ook als de broeikasgasemissies zouden stoppen, duurt het nog eeuwen voordat het hele klimaatsysteem daarop heeft gereageerd. Als de Groenlandse ijskap geheel zou smelten, dan zou de zeespiegel zelfs met vijf tot zeven meter kunnen stijgen. Genoeg om een groot deel van Nederland onder water te zetten - evenals de Maldiven en Tuvalu.

Klimaatgeschiedenis

Het verdwijnen van ijs en sneeuw werkt bovendien als een extra terugkoppelingsmechanisme. Wanneer het warmer wordt en deze witte oppervlaktes smelten wordt er minder zonlicht weerkaatst. Daarbij komt dat waterdamp een nog sterker broeikasgas is dan CO2. Hoe warmer het is, hoe meer water er verdampt en in de lucht terecht komt (ca. 7% extra per graad opwarming), wat het broeikaseffect dus nog meer versterkt.

Uit ijskernen hebben wetenschappers de temperatuur en CO2-concentraties van de afgelopen 400.000 jaar kunnen afleiden. De gemiddelde temperatuur op aarde is sinds het begin van de industrialisatie met 0,8°C gestegen. Tegelijkertijd steeg de CO2-concentratie met 40%, tot een niveau dat in de afgelopen 40 miljoen jaar niet is voorgekomen. Dr. Van Dorland legt uit dat dit opvallend is, aangezien in de geschiedenis een sterke CO2-toename altijd over een periode van 1000 jaar verliep. Nu moeten er dus wel andere oorzaken spelen: de door mensen veroorzaakte emissies.

Olifanten

Jaarlijks stoten we zo'n 36 Gigaton CO2 uit. "Qua gewicht is dat vergelijkbaar met een stapel olifanten van hier tot aan de maan en terug", verduidelijkt professor Leemans. Het laatste IPCC rapport laat op basis van verschillende modelstudies zien dat we tegen 2100 het klimaat tussen de 2.6 en 4.8°C opwarmen als we in dit tempo doorgaan. We kunnen de verdere opwarming beperken tot ergens tussen de 0,3 en 1,7°C, maar dan kan er wereldwijd vanaf nu nog maar 1375 Gigaton CO2 in de lucht worden gepompt. Wanneer we de uitstoot van broeikasgassen niet terugdringen dan zal dit "koolstofbudget" in 2052 op zijn.

Het probleem is volgens Leemans dat de 2°C-grens als een soort streefgetal wordt gezien, terwijl het een eigenlijk veel meer een bovengrens is, waarboven de opwarming "gevaarlijk" wordt. Dit betekent dat aanpassingen snel moeilijker worden. Eigenlijk begint dit al bij 1,5 graad. Het begrip "gevaarlijk" kan hij als wetenschapper niet objectieve voor beleidsmakers invullen. Maar wat de wetenschap wel kan doen is aangeven wat "gevaarlijk" precies betekent in termen van gevolgen. Leemans maakte in 2001 voor het IPCC een grafiek met "redenen voor bezorgdheid". Dat grafische overzicht van mogelijke gevolgen liet zien dat alle IPCC scenario’s zonder klimaatbeleid tot een “te gevaarlijke” klimaatverandering leiden. De klimaatdoelstelling van 2°C is mede hieruit afgeleid. Als je echter de uitstoot in de verschillende IPCC emissie scenario’s vergelijkt met de werkelijke uitstoot, dan blijkt die laatste zelfs nog hoger dan die in de scenario's te zijn.

“De wetenschappelijke boodschap is extreem helder", benadrukt de professor. De techniek voor alternatieve energie is er al, alleen de politieke wil voor implementatie ontbreekt. We zijn op dit moment de 'homo not-so-sapiens', de niet zo wijze mens”.

 

Blijf op de hoogte

Go!

Klimaatmores

Bas Eickhout schreef Klimaatmores, daarin geeft hij een blik achter de schermen op de klimaattoppen.

Klimaatmores
Bestel via Libris.nl